Spelregels en termen

Hier is een algemene uitleg van de spelregels en van termen die in de larpwereld gebruikt worden.

Speler versus NPC

Bij elke larp kun je kiezen of je als speler of als NPC komt.

Spelers zijn de mensen die de hoofdpersonen spelen in het verhaal. Ze maken van tevoren een personage (zie character creatie) en spelen dit over het algemeen het hele weekend lang. Zij zijn degene die de problemen in het verhaal moeten oplossen.

NPC’s (Non-Playing Characters), ook wel figuranten genoemd, spelen ondersteunende rollen in het verhaal. Ze krijgen zowel hun kostuums als hun rollen van de spelleiding. Dit kunnen bijvoorbeeld de inwoners zijn van het dorp waar de spelers naartoe gaan, of monsters die hen aanvallen. NPC’s spelen gedurende een larp vaak veel verschillende rollen.

Termen, handgebaren en calls

  • OC – Out of character
  • IC – In character
  • SL – Spelleiding
  • Hand omhoog – de persoon is OC
  • Vinger omhoog – de persoon is onzichtbaar
  • Man Down – iemand heeft zich OC bezeerd, dus het spel wordt stilgelegd
  • Tijd in – vanaf nu zijn we IC
  • Time stop – Het spel wordt tijdelijk stilgelegd
  • Time freeze – Er wordt iets voorbereid wat je niet mag zien. Doe je ogen dicht en je vingers in je oren tot er time in wordt geroepen.
  • Tijd uit – vanaf nu zijn we OC
  • Subdown – Je krijgt een harde vuistslag en raakt 15 minuten bewusteloos
  • Strike – Je wordt door een harde klap een paar meter naar achteren geslingerd
  • Crush – Het doelwit van de slag (wapen, schild, armor of lichaamsdeel) wordt verbrijzeld.

Spullen in het spel

Bij het aanmaken van je personage neem je de spullen mee die je in het spel wil gebruiken (zoals kleding, buidels, of wapens). Als je later nieuwe spullen nodig hebt, moet je die binnen het spel verkrijgen.

Over het algemeen geldt voor spullen: what you see is what you get. Als er OC bijvoorbeeld een tak of een stuk touw op de grond ligt, ligt dat er IC ook. Natuurlijk geldt dat niet voor dingen die niet in de spelwereld passen, zoals elektrische apparaten, plastic zakken en zo voort.

Geld bestaat in drie verschillende soorten muntjes: goud, zilver en brons. Een zilver is 10 brons waard, en een goud 10 zilver.

Als een NPC personage (zoals een struikrover) dood gaat, mag je kijken of hij iets in zijn zakken heeft en dat meenemen. Je mag echter niet een deel van zijn kostuum meenemen, of zijn wapen. Deze dingen zijn namelijk weer nodig voor andere rollen.

Bepaalde dingen hebben een specifieke functie in het spelsysteem, zoals kruiden en grondstoffen. Deze worden voorgesteld door counters. Kleine kaartjes die het object in kwestie voorstellen.

Vindpapiertjes zijn gekleurde papiertjes die in het bos verspreid liggen. Er zijn verschillende types, en voor sommige heb je een skill nodig om ze te kunnen vinden (heb je die niet, leg ze dan terug). Als je terugkomt van een tocht kun je ze inleveren bij de SL. Je krijgt er dan een specifiek ding voor in de plaats (zoals een kruid of voorwerp), dat je in het bos ‘gevonden hebt’.

Vechten samengevat

Je hebt hitpoints (meestal 3) op elk van je ledematen en je torso. Standaard doet een slag van een wapen 1 schade. Als hij meer of minder schade doet, moet de aanvaller dit er bij elke slag bij zeggen (bijv. “twee” of “half”). Wondes van scherpe wapens (sharp) moeten verbonden worden, of je krijgt elke 10 minuten 1 schade. Als je al je hitpoints van je torso kwijt bent, sta je op 0 en valt bewusteloos neer. Als je dan nog een keer schade krijgt, ben je dood. Als je torso op 0 staat van blunt schade, sterf je zonder genezing na 30 minuten aan inwendige bloedingen.

Magie

Een spreuk is een gekleurd stuk papier waar op staat wat de spreuk doet en hoe je hem moet gebruiken. Als de spreuk wordt gebruikt, verdwijnt hij, en je hebt dus een nieuw papier nodig voor je weer een spreuk kan casten.

Magie is onderverdeeld in verschillende typen, scholen genoemd.

  • Witte magie (gericht op genezing)
  • Zwarte magie (gericht op aanval en de dood)
  • Elementair
  • Spiritueel

Een magier kan alleen spreuken van zijn eigen school casten. Mensenmagiers kunnen één school kiezen uit deze lijst. Hoogelf magiers beheersen alle scholen behalve spiritueel, woudelfenmagiers enkel witte magie en duisterelf magiers enkel zwarte magie.

Er bestaan nog andere vormen van magie, maar de werking hiervan is niet algemeen bekend.

Over het algemeen kunnen alleen magiers magie gebruiken, maar cantrips (roze papier) zijn voor iedereen bruikbaar. Hier geldt hetzelfde voor als voor spreuken: na gebruik verdwijnen ze.

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: